ECLI:NL:PHR:2008:BD1674
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over aansprakelijkheid en exoneratiebeding bij gebrekkige staalconstructie koelhal
De zaak betreft een geschil tussen een aannemer en een opdrachtgeefster over de levering en montage van een staalconstructie voor een koelhal. De opdrachtgeefster betwistte de meerwerkfactuur en stelde dat de aannemer wanprestatie had gepleegd door ondeugdelijk werk te leveren. Het hof wees de meerwerkvordering af en veroordeelde de aannemer tot schadevergoeding wegens tekortkomingen in ontwerp en uitvoering.
De aannemer voerde in cassatie aan dat het hof ten onrechte geen beslissing had genomen op het beroep op het exoneratiebeding in artikel 13 van Pro de Algemene Voorwaarden van de Metaalunie, dat de aansprakelijkheid beperkt. De Hoge Raad oordeelde dat het hof dit verweer niet gemotiveerd had behandeld en dat dit tot vernietiging van het arrest leidt. De zaak wordt verwezen naar een ander hof voor een nieuwe beoordeling, waarbij het exoneratiebeding en de mate van schadevergoeding opnieuw moeten worden bezien.
Daarnaast besprak de Hoge Raad dat bepaalde verweren, zoals matiging van schade op grond van het exoneratiebeding, ook in de schadestaatprocedure aan de orde kunnen komen. De Hoge Raad bevestigde dat de aannemer niet aansprakelijk is voor schade die buiten de garantie valt, bijvoorbeeld door herstel of wijzigingen door de opdrachtgever zelf. De Hoge Raad handhaafde dat de hoofdoorzaak van de tekortkoming lag in het ondeugdelijke ontwerp van de staalconstructie.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen voor hernieuwde beoordeling van het exoneratiebeding en de schadevergoeding.