ECLI:NL:PHR:2008:BC6732
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid vervolging wegens overlijden veroordeelde en nietige oproeping hoger beroep
In deze zaak heeft het Gerechtshof te 's-Gravenhage het door de veroordeelde uit valsheid in geschrift en oplichting verkregen voordeel vastgesteld en een bedrag ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel opgelegd. Namens de verdachte werden zes middelen van cassatie voorgesteld.
De Hoge Raad concludeerde dat de oproeping voor de terechtzitting in hoger beroep niet op de juiste wijze was betekend, omdat deze was uitgereikt aan de griffier terwijl de veroordeelde vanaf een later moment wel een bekend woonadres had. Hierdoor had het hof de oproeping nietig moeten verklaren.
Daarnaast was de veroordeelde overleden op 7 september 2007, waardoor volgens art. 69 Sr Pro het recht tot strafvervolging vervalt. De Hoge Raad vernietigt daarom het bestreden arrest en verklaart het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging van de veroordeelde.
De conclusie van de Procureur-Generaal benadrukt dat de nietigheid van de oproeping en het overlijden van de veroordeelde leiden tot het verval van het vervolgingsrecht, waardoor het hoger beroep niet kan worden voortgezet.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en verklaart het openbaar ministerie niet-ontvankelijk wegens overlijden veroordeelde en nietige oproeping hoger beroep.