ECLI:NL:PHR:2008:BC5939
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Toelaatbaarheid en omzetting van vervangende hechtenis bij ontnemingsbeslissing in Nederland
De zaak betreft de tenuitvoerlegging in Nederland van een Britse gevangenisstraf en een vervangende vrijheidsstraf opgelegd wegens niet-betaling van een confiscation order. De veroordeelde werd in Groot-Brittannië veroordeeld tot zes jaar gevangenisstraf en een confiscation order van circa €1,1 miljoen, met een subsidiaire vervangende vrijheidsstraf van drie jaar bij niet-betaling.
De Nederlandse Rechtbank verklaarde de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf toelaatbaar en zette deze om in vijftig maanden gevangenisstraf. Tevens verleende zij verlof tot tenuitvoerlegging van de vervangende vrijheidsstraf, waarbij zij deze straf omzet in een betalingsverplichting, omdat het Nederlandse recht geen vervangende vrijheidsontneming kent bij ontnemingsbeslissingen.
In cassatie betoogt de veroordeelde dat de vervangende vrijheidsstraf niet kan worden overgenomen, omdat de betalingsverplichting is komen te vervallen en Nederlandse wetgeving geen omzetting van vervangende hechtenis toestaat. De Hoge Raad bevestigt dat de vervangende vrijheidsstraf niet onder het begrip 'veroordeling' in het VOGP valt en dat omzetting in een gevangenisstraf in strijd is met het Verdrag. De Hoge Raad vernietigt het deel van de uitspraak dat betrekking heeft op de vervangende vrijheidsstraf en laat het overige in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de tenuitvoerlegging van de vervangende vrijheidsstraf wegens niet-betaling van de ontnemingsbeslissing en laat het overige in stand.