ECLI:NL:PHR:2008:BC4291
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Herziening wegens persoonsverwisseling bij veroordeling voor medeplegen schuldheling
Aanvrager werd in 1996 bij verstek veroordeeld door de Politierechter te Breda voor medeplegen van schuldheling tot een gevangenisstraf van één maand. Deze veroordeling werd onherroepelijk. In 2007 diende aanvrager een herzieningsverzoek in, gesteund op het vermoeden van persoonsverwisseling.
Ter onderbouwing werden onder meer een Franse aangifte identiteitsfraude, een verklaring van een familielid die toegaf de fraude te hebben gepleegd, een vervalst rijbewijs met aanvragers gegevens maar foto van de frauderende persoon, en een proces-verbaal met antecedenten van deze persoon overgelegd.
Een dactyloscopisch onderzoek door het KLPD toonde aan dat de vingerafdrukken van de veroordeelde niet overeenkwamen met die van aanvrager. Op basis hiervan werd onmiddellijke invrijheidsstelling bevolen. De Hoge Raad concludeert dat bij bekendheid met deze feiten de aanvrager vrijgesproken zou zijn en beveelt herziening en verwijzing naar het gerechtshof voor hernieuwde behandeling.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de herzieningsaanvraag gegrond wegens persoonsverwisseling en beveelt hernieuwde behandeling door het gerechtshof.