ECLI:NL:PHR:2008:BC3931
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt bewijsopdracht en bewijsoordeel in geschil over nakoming leverings- en afnameovereenkomst vleeskuikens
Partijen sloten een leverings- en afnameovereenkomst voor vleeskuikens waarbij eiser verplicht was voer van verweerster af te nemen. Verweerster beëindigde de overeenkomst met onmiddellijke ingang wegens vermeende schending van de afnameplicht door eiser, die voer bij derden zou hebben ingekocht.
De rechtbank oordeelde dat verweerster haar stelling van schending moest bewijzen, maar verweerster zag hiervan af, waarna de rechtbank de vorderingen van verweerster afwees en eiser een deel van zijn vorderingen toekende. Het hof stelde echter vast dat eiser voer bij derden had gekocht en dat verweerster de overeenkomst terecht had beëindigd. Het hof mat de contractuele boete en bepaalde de verrekening met het saldo van de rekening-courant.
Eiser stelde in cassatie dat het hof onterecht tot het oordeel kwam dat hij voer bij derden kocht en dat de bewijsopdracht onjuist was. De Hoge Raad oordeelde dat het hof binnen zijn beoordelingsvrijheid bleef, het bewijs correct had gewogen en de bewijsopdracht rechtmatig was. Het cassatieberoep werd verworpen.
Uitkomst: Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het oordeel dat eiser zijn afnameplicht heeft geschonden en verweerster de overeenkomst terecht heeft beëindigd.