ECLI:NL:PHR:2008:BC3841
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Verdeling huwelijksgoederengemeenschap en bruidschat volgens Nederlands recht
Partijen, gehuwd in algehele gemeenschap van goederen, waren verdeeld over de vraag of een bruidschat bestaande uit sieraden buiten de gemeenschap viel. De vrouw stelde dat de bruidschat, als gift bij huwelijk, ingevolge art. 1:94 BW Pro buiten de gemeenschap viel en haar toekwam. De man betwistte dit.
De rechtbank wees de echtscheiding toe en bepaalde dat de sieraden weliswaar aan de vrouw werden toegekend, maar dat zij de helft van de waarde aan de man moest vergoeden. Het hof bevestigde dit oordeel en verwierp het beroep van de vrouw. Het hof oordeelde dat de sieraden in de gemeenschap vielen en dat het verzoek tot afgifte van de sieraden onnodige vertraging zou veroorzaken.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep van de vrouw. De stellingen over de religieus-culturele achtergrond van de bruidschat werden niet in eerdere instanties aangevoerd en konden daarom niet in cassatie worden behandeld. De Hoge Raad bevestigde dat de sieraden binnen de gemeenschap vallen en dat het hof terecht het verzoek tot afgifte buiten behandeling liet vanwege mogelijke vertraging.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de vrouw wordt verworpen en de sieraden vallen binnen de huwelijksgoederengemeenschap.