ECLI:NL:PHR:2008:BC3299
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt draagkracht- en behoeftebepaling bij wijziging kinderalimentatie
De zaak betreft een geschil tussen voormalige echtelieden over de wijziging van kinderalimentatie voor hun zoon, geboren in 1999. Na ontbinding van het huwelijk in 2005 was de vader verplicht € 500 per maand te betalen aan de moeder als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding. De vader verzocht de rechtbank om deze bijdrage te verlagen tot nihil per 26 augustus 2005. De rechtbank wees dit verzoek toe, maar de moeder ging in hoger beroep.
Het hof verklaarde het verzoek van de vader tot nihilstelling afgewezen voor de periode tot 22 augustus 2006 en stelde daarna de bijdrage vast op € 221 per maand, rekening houdend met het hertrouwen van de moeder en de draagkracht van de partijen. Het hof oordeelde dat zowel vader, moeder als haar nieuwe echtgenoot ieder voor een derde deel kunnen bijdragen. De vader stelde cassatieberoep in tegen deze beslissing.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof terecht is uitgegaan van de beschikking van 15 september 2004 voor de vaststelling van de behoefte, omdat partijen onvoldoende inzicht verschaften in gewijzigde omstandigheden. Ook is het oordeel van het hof dat de uitbreiding van de omgangsregeling niet leidt tot een wijziging van de kostenverdeling niet onjuist. De klachten van de vader over onvoldoende motivering, het niet betrekken van bepaalde gegevens en de toepassing van het Uniform reglement worden verworpen. Het cassatieberoep wordt afgewezen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de vader wordt verworpen en de bijdrage in kinderalimentatie wordt vastgesteld op € 221 per maand vanaf 22 augustus 2006.