ECLI:NL:PHR:2008:BC2768
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Toetsing geldigheid testament en toepasselijk recht bij internationaal erfrecht
In deze zaak staat centraal de vraag welk recht van toepassing is op de geldigheid van een testament en de erfopvolging van een erflater met internationale banden. De erflater had een testament d.d. 7 september 1999, waarvan de geldigheid volgens Zwitsers en Frans recht wordt getoetst. De erflater zou zijn woon- en verblijfplaats in Zwitserland of Frankrijk hebben gehad, hetgeen bepalend is voor het toepasselijke recht.
De Hoge Raad heeft een comparitie bevolen om de geschilpunten te verduidelijken, waaronder de woonplaats van de erflater en de formele geldigheid van het testament volgens het Haagse Verdrag inzake wetsconflicten betreffende testamentaire beschikkingen. Het Internationaal Juridisch Instituut (IJI) bracht advies uit waarin werd geconcludeerd dat het testament volgens Zwitsers recht, ondanks het gebruik van een schrijfmachine, geldig is zolang het niet vernietigd is, terwijl het volgens Frans recht nietig is.
De erflater heeft Zwitsers recht van toepassing verklaard op de erfopvolging. De Hoge Raad overweegt dat indien de erflater zijn gewone verblijfplaats in Zwitserland had, Zwitsers recht geldt voor de bevoegdheid om erfgenamen en executeurs aan te wijzen. De bewijsvoering over de woonplaats van de erflater is cruciaal, en eiseres wordt toegelaten tot het leveren van getuigenbewijs om haar stellingen te onderbouwen.
De zaak betreft ook de vraag of een beneficiair aanvaard erfgenaam tijdens de boedelbeschrijving in rechte kan optreden, waarbij Zwitsers recht bepaalt dat alleen in dringende zaken procedures mogen worden voortgezet. De Hoge Raad stelt dat het cassatieberoep als dringende zaak kan worden aangemerkt.
Uitkomst: Eiseres wordt toegelaten tot bewijslevering omtrent de woonplaats van de erflater alvorens verdere beslissing wordt genomen.