Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2008:BC2768

Hoge Raad

Datum uitspraak
22 februari 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
C06/135HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1 Haags Verdrag inzake de wetsconflicten betreffende de vorm van testamentaire beschikkingenArt. 499 ZGBArt. 505 ZGBArt. 520 ZGBArt. 970 Code Civil
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toelating bewijslevering over geldigheid testament en woonplaats erflater in internationaal erfrecht

De zaak betreft een cassatieprocedure waarin eiseres in drie hoedanigheden optreedt, allen gebaseerd op een testament van 7 september 1999. De geldigheid van dit testament staat centraal, mede vanwege de toepassing van het Haags Verdrag inzake de wetsconflicten betreffende de vorm van testamentaire beschikkingen.

De Hoge Raad heeft in een tussenarrest van 19 januari 2007 een comparitie bevolen en het Internationaal Juridisch Instituut (IJI) gevraagd om inlichtingen over het Zwitserse en Franse recht. Uit het rapport van het IJI blijkt dat het testament volgens Zwitsers recht vernietigbaar is maar niet nietig, terwijl het volgens Frans recht absoluut nietig is.

Eiseres stelt dat de erflater sinds 1998 in Zwitserland woonde en daar het testament heeft opgesteld. Verweerder betwist deze feiten. De Hoge Raad oordeelt dat eiseres, die de bewijslast draagt, wordt toegelaten tot bewijslevering door getuigen om deze feiten vast te stellen.

De getuigen zullen worden gehoord door een raadsheer-commissaris in aanwezigheid van de Advocaat-Generaal. De verdere beslissing wordt aangehouden totdat dit bewijs is geleverd. Dit arrest bevestigt het belang van bewijslevering in internationale erfrechtelijke geschillen en de toepassing van het Haags Verdrag.

Uitkomst: Eiseres wordt toegelaten tot bewijslevering door getuigen over de geldigheid van het testament en de woonplaats van de erflater; verdere beslissing wordt aangehouden.

Uitspraak

22 februari 2008
Eerste Kamer
Nr. C06/135HR
RM/AG
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiseres],
wonende te [woonplaats], Frankrijk,
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. R.S. Meijer,
t e g e n
[Verweerder],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
advocaat: mr. H.J.A. Knijff.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseres] en [verweerder].
1. De voortzetting van het geding in cassatie
De Hoge Raad verwijst naar zijn tussenarrest van 19 januari 2007 (NJ 2007, 64), waarin een verschijning van partijen is bevolen tot het geven van inlichtingen en het beproeven van een schikking. De comparitie heeft plaatsgevonden op 30 maart 2007 en is voortgezet op 6 juli 2007. Van beide terechtzittingen is een proces-verbaal opgemaakt, waarvan de inhoud als hier ingelast moet worden beschouwd. Een schikking is niet tot stand gekomen.
Met toestemming van partijen heeft de Advocaat-Generaal L. Strikwerda inlichtingen omtrent het Zwitserse en het Franse recht ingewonnen bij het Internationaal Juridisch Instituut (hierna: het IJI) te 's-Gravenhage. Vervolgens heeft hij geconcludeerd dat de Hoge Raad, alvorens verder te beslissen, [eiseres] zal toelaten tot bewijslevering door getuigen van haar stellingen:
a. dat de erflater in Zwitserland bij het testament van 7 september 1999 heeft beschikt;
b. dat de erflater sinds 1998 tot het tijdstip van zijn overlijden zijn woonplaats en gewone verblijfplaats in Zwitserland had.
Het rapport van het IJI van 7 december 2007 is aan de conclusie gehecht.
2. Nadere beoordeling van het beroep op niet-ontvankelijkheid
2.1 Uit voormeld rapport van het IJI blijkt samengevat het volgende.
(i) Het testament van 7 september 1999 is naar Zwitsers recht geen "öffentliche letztwillige Verfügung" in de zin van art. 499 ZGB Pro. Als "eigenhändige letztwillige Verfügung" beantwoordt het niet aan de in art. 505 ZGB Pro gestelde vormvoorschriften, in het bijzonder niet aan de eis dat het geheel eigenhandig geschreven is, nu het met de schrijfmachine is opgesteld. Omdat het evenwel met de hand is gedateerd en ondertekend, mag worden aangenomen dat het ingevolge art. 520 ZGB Pro niet van rechtswege nietig, doch vernietigbaar is.
(ii) Naar Frans recht beantwoordt het testament niet aan de vormvoorschriften van art. 970 Code Pro Civil (CC), omdat het door de testateur niet geheel met de hand is geschreven. Op grond van art. 1001 CC Pro is het testament dan ook absoluut nietig.
(iii) Naar Zwitsers recht is een holografisch testament een volwaardig testament.
(iv) Naar Zwitsers recht kan gedurende de periode van boedelbeschrijving alleen in dringende zaken worden doorgeprocedeerd. Uit de literatuur blijkt dat voortzetting van de procedure als dringend wordt beschouwd indien de uitkomst ervan relevant is voor de beslissing van de testamentaire erfgenamen of zij de erfenis zullen aanvaarden dan wel verwerpen.
2.2 [Eiseres] heeft beroep in cassatie ingesteld in drie hoedanigheden (zie rov. 3.1 van het tussenarrest): beneficiair testamentair erfgenaam, executeur van de nalatenschap en lasthebber van de zes kinderen als legitimarissen van de erflater. Deze drie hoedanigheden zijn direct of indirect gebaseerd op het testament van 7 september 1999 en kunnen slechts worden aangenomen als gebleken is dat dit testament (formeel en materieel) geldig is. Daartoe moet het ingevolge art. 1 van Pro het Haags Verdrag inzake de wetsconflicten betreffende de vorm van testamentaire beschikkingen van 5 oktober 1961 (Trb. 1980, 54), voor zover in dit geval van belang, voldoen aan de eisen van het interne recht van de plaats waar de testateur beschikte of van de plaats waar hij zijn woonplaats dan wel zijn gewoon verblijf had, hetzij op het moment van de beschikking hetzij op het moment van zijn overlijden.
2.3 Volgens [eiseres] is het testament door de erflater in Zwitserland opgesteld en had de erflater zowel ten tijde van die opstelling als ten tijde van zijn overlijden zijn woonplaats en gewone verblijfplaats in [plaats], Zwitserland. Deze stellingen zijn door [verweerder] gemotiveerd betwist. Op de gronden die zijn vermeld in paragraaf 13 van de conclusie van de Advocaat-Generaal leveren de door [eiseres] overgelegde bescheiden niet voldoende bewijs op van de juistheid van haar stellingen. Overeenkomstig haar daartoe gedane aanbod zal [eiseres], op wie hier de bewijslast rust, tot het leveren van bewijs door getuigen worden toegelaten. Als zij in dit bewijs slaagt, staat daarmee vast dat het onderhavige testament wat de vorm ervan betreft geldig is. [Eiseres] heeft belang bij deze bewijslevering omdat op de gronden vermeld in de paragrafen 14 tot en met 16 van de conclusie van de Advocaat-Generaal bij het slagen ervan haar vorenbedoelde hoedanigheden komen vast te staan.
In afwachting van de bewijsvoering wordt iedere verdere beslissing aangehouden.
3. Beslissing
De Hoge Raad:
laat [eiseres] toe door getuigen te bewijzen:
a. dat de erflater in Zwitserland bij het testament van 7 september 1999 heeft beschikt;
b. dat de erflater sinds 1998 tot het tijdstip van zijn overlijden zijn woonplaats en gewone verblijfplaats in Zwitserland had;
bepaalt dat de getuigen zullen worden gehoord door mr. A. Hammerstein, die daartoe wordt aangewezen als raadsheer-commissaris, in aanwezigheid van de Advocaat-Generaal mr. L. Strikwerda, ter terechtzitting op vrijdag 11 april 2008 om 10.00 uur, in het gebouw van de Hoge Raad aan de Kazernestraat 52 te 's-Gravenhage;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.B. Fleers als voorzitter en de raadsheren O. de Savornin-Lohman, A. Hammerstein, F.B. Bakels en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 22 februari 2008.