ECLI:NL:HR:2008:BC2768
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- O. de Savornin-Lohman
- A. Hammerstein
- F.B. Bakels
- W.D.H. Asser
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Toelating bewijslevering over geldigheid testament en woonplaats erflater in internationaal erfrecht
De zaak betreft een cassatieprocedure waarin eiseres in drie hoedanigheden optreedt, allen gebaseerd op een testament van 7 september 1999. De geldigheid van dit testament staat centraal, mede vanwege de toepassing van het Haags Verdrag inzake de wetsconflicten betreffende de vorm van testamentaire beschikkingen.
De Hoge Raad heeft in een tussenarrest van 19 januari 2007 een comparitie bevolen en het Internationaal Juridisch Instituut (IJI) gevraagd om inlichtingen over het Zwitserse en Franse recht. Uit het rapport van het IJI blijkt dat het testament volgens Zwitsers recht vernietigbaar is maar niet nietig, terwijl het volgens Frans recht absoluut nietig is.
Eiseres stelt dat de erflater sinds 1998 in Zwitserland woonde en daar het testament heeft opgesteld. Verweerder betwist deze feiten. De Hoge Raad oordeelt dat eiseres, die de bewijslast draagt, wordt toegelaten tot bewijslevering door getuigen om deze feiten vast te stellen.
De getuigen zullen worden gehoord door een raadsheer-commissaris in aanwezigheid van de Advocaat-Generaal. De verdere beslissing wordt aangehouden totdat dit bewijs is geleverd. Dit arrest bevestigt het belang van bewijslevering in internationale erfrechtelijke geschillen en de toepassing van het Haags Verdrag.
Uitkomst: Eiseres wordt toegelaten tot bewijslevering door getuigen over de geldigheid van het testament en de woonplaats van de erflater; verdere beslissing wordt aangehouden.