ECLI:NL:PHR:2008:BC1248
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt niet-ontvankelijkheid Digisave in kort gedingprocedure wegens ontbreken hoedanigheid eiser
In deze zaak stond centraal de vraag of Digisave c.s. ontvankelijk was in een kort gedingprocedure tot opheffing van beslag gelegd op het woonhuis van eiser en derdenbeslag onder ING Bank. Het hof 's-Hertogenbosch oordeelde dat eiser zelf de procedure had aangespannen zonder te stellen in welke hoedanigheid hij handelde, terwijl hij in een bodemprocedure pro se was gedagvaard en veroordeeld. Hierdoor kon niet worden aangenomen dat Digisave c.s. ontvankelijk was.
Het eerste middel in het cassatieberoep richtte zich tegen de motivering van het hof dat het ontbreken van een hoedanigheid van eiser tot niet-ontvankelijkheid leidde. De Hoge Raad verwierp dit middel omdat eiser onvoldoende toelichting gaf waarom dit oordeel onjuist zou zijn.
Het tweede middel betrof de stelling dat Digisave niet-ontvankelijk zou zijn omdat de ontbinding van Digisave in strijd met de statuten zou zijn geschied. Dit middel voldeed niet aan de formele eisen van art. 407 lid 2 Rv Pro en werd eveneens verworpen.
De conclusie van de Procureur-Generaal was dat het cassatieberoep verworpen moet worden, waarmee het arrest van het hof in stand blijft.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.