ECLI:NL:PHR:2008:BC1248

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
22 februari 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
C06/285HR
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 407 lid 2 Rv
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt niet-ontvankelijkheid Digisave in kort gedingprocedure wegens ontbreken hoedanigheid eiser

In deze zaak stond centraal de vraag of Digisave c.s. ontvankelijk was in een kort gedingprocedure tot opheffing van beslag gelegd op het woonhuis van eiser en derdenbeslag onder ING Bank. Het hof 's-Hertogenbosch oordeelde dat eiser zelf de procedure had aangespannen zonder te stellen in welke hoedanigheid hij handelde, terwijl hij in een bodemprocedure pro se was gedagvaard en veroordeeld. Hierdoor kon niet worden aangenomen dat Digisave c.s. ontvankelijk was.

Het eerste middel in het cassatieberoep richtte zich tegen de motivering van het hof dat het ontbreken van een hoedanigheid van eiser tot niet-ontvankelijkheid leidde. De Hoge Raad verwierp dit middel omdat eiser onvoldoende toelichting gaf waarom dit oordeel onjuist zou zijn.

Het tweede middel betrof de stelling dat Digisave niet-ontvankelijk zou zijn omdat de ontbinding van Digisave in strijd met de statuten zou zijn geschied. Dit middel voldeed niet aan de formele eisen van art. 407 lid 2 Rv Pro en werd eveneens verworpen.

De conclusie van de Procureur-Generaal was dat het cassatieberoep verworpen moet worden, waarmee het arrest van het hof in stand blijft.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.

Conclusie

Rolnr. C06/285HR
mr. E.M. Wesseling-van Gent
Zitting: 21 december 2007
Conclusie inzake:
1. [Eiser 1]
2. Digisys B.V.
3. Digisys Sales B.V.
tegen
Verelle B.V.B.A.
Deze zaak komt in aanmerking voor een verkorte conclusie.
1.1 Het tijdig(1) tegen het arrest van het gerechtshof te 's Hertogenbosch van 4 juli 2006 ingestelde beroep in cassatie bevat twee middelen.
1.2 Het eerste middel is gericht tegen rechtsoverweging 8.6.1, waarin het hof als volgt heeft overwogen:
"[Eiser 1] licht niet toe waarom het feit dat uit de stellingen van Digisave c.s. niet blijkt dat hij als directeur en aandeelhouder dan wel pro se is gedagvaard tot niet-ontvankelijkheid van Digisave c.s. zou moeten leiden. Kennelijk heeft [eiser 1] de bodemprocedure waarin op 11 augustus 2004 door de rechtbank Breda eindvonnis is gewezen op het oog, nu in de onderhavige, door [eiser] c.s. aanhangig gemaakte procedure van dagvaarding van [eiser 1] geen sprake is. In deze bodemprocedure is [eiser 1] pro se - en niet in de hoedanigheid van directeur en aandeelhouder - veroordeeld tot afgifte van de daarin genoemde goederen, waarmee de hoedanigheid van [eiser 1] is gegeven."
1.3 Het aangevallen oordeel is niet onbegrijpelijk, nu daarin ligt besloten dat:
(a) de onderhavige kort gedingprocedure tot opheffing van het op 6 juli 2004 op het woonhuis van [eiser 1] gelegde beslag en van het eveneens op die dag ten laste van [eiser 1] gelegde derdenbeslag onder ING Bank, is aangespannen door (o.m.) [eiser 1] zelf;
(b) als in het door [eiser 1] ingestelde hoger beroep tegen de weigering van de gevraagde voorziening door de voorzieningenrechter van de rechtbank Breda in grief II wordt gesproken over "het gedagvaard zijn van [eiser 1]" niet anders kan zijn gedoeld dan op de mede door verweerster in cassatie aangespannen bodemprocedure tegen [eiser 1], nu - zoals gezegd - de kort gedingprocedure door [eiser 1] zelf in geëntameerd;
(c) [eiser 1] in genoemde bodemprocedure pro se is gedagvaard, hetgeen door het hof bij in kracht van gewijsde gegaan arrest van 20 maart 2007 ook zo is vastgesteld;
(d) [eiser 1] in deze kort gedingprocedure niet heeft gesteld in een bepaalde hoedanigheid op te treden, zodat het
(e) niet op de weg van de wederpartij van [eiser 1] ligt om omtrent de hoedanigheid van [eiser 1] iets te stellen.
Middel 1 faalt mitsdien.
1.4 Het tweede middel is gericht tegen rechtsoverweging 8.10, waarin het hof als volgt heeft overwogen:
"[Eiser] c.s. heeft aangevoerd dat, nu Digisave is ontbonden, welke ontbinding heeft plaatsgevonden in strijd met de statuten, Digisave c.s. niet-ontvankelijk is in zijn vorderingen."
1.5 Het middel bevat een opsomming van enerzijds standpunten en anderzijds op klachten gelijkende opmerkingen, waarin echter niet wordt aangegeven waarom het bestreden oordeel van het hof niet juist en/of onbegrijpelijk zou zijn. Het middel voldoet derhalve niet aan art. 407 lid 2 Rv Pro.
1.6 M.i. kan het cassatieberoep in zijn geheel met toepassing van art. 81 RO Pro worden verworpen.
2. Conclusie
De conclusie strekt tot verwerping van het beroep.
De Procureur-Generaal bij de
Hoge Raad der Nederlanden
A-G
1 De cassatiedagvaarding is op 30 augustus 2006 uitgebracht. Het betreft hier een kort gedingprocedure.