ECLI:NL:PHR:2008:BC0826
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Bevestiging veroordeling medeplegen valsheid in geschrift ondanks bewijsuitsluitingsverweer
De zaak betreft een cassatieberoep tegen het arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 16 juni 2006, waarin de verdachte is veroordeeld voor medeplegen van valsheid in geschrift. De verdediging voerde onder meer aan dat het bewijs onrechtmatig was verkregen omdat opsporingsactiviteiten zouden zijn gestart zonder redelijk vermoeden van schuld.
Het Hof oordeelde dat de klachten over vliegenoverlast aanleiding waren voor een rechtmatige controle van de mestboekhouding van de verdachte, waarvoor geen verdenking vereist is. Pas na analyse van de mestboekhouding ontstond een redelijk vermoeden van een strafbaar feit. Het bewijs bestond uit valse afleveringsbewijzen en verklaringen van een getuige die samen met de verdachte de valse documenten had opgemaakt.
De Hoge Raad overwoog dat het Hof niet verplicht was nader te motiveren waarom het bewijs kon worden gebruikt en dat het oordeel over het ontstaan van de verdenking niet onbegrijpelijk was. Ook de betrouwbaarheid van de getuigenverklaring werd door de Hoge Raad bevestigd. Het cassatieberoep werd verworpen en het arrest van het Hof bevestigd.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling voor medeplegen van valsheid in geschrift bevestigd.