ECLI:NL:PHR:2008:BC0780
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak medeplichtigheid poging moord wegens ontbreken bewijs opzet op vuurwapengebruik
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Hof te Leeuwarden waarbij verdachte werd vrijgesproken van medeplegen en medeplichtigheid aan poging moord/doodslag en poging zware mishandeling met voorbedachten rade. Het hof achtte niet bewezen dat verdachte zelf heeft geschoten of op de hoogte was van het vuurwapen binnen de groep.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof ten onrechte een eis stelde dat het opzet van verdachte gericht moest zijn op de wijze van uitvoering van het misdrijf, namelijk het gebruik van een vuurwapen. Volgens de Hoge Raad omvat het opzet op medeplichtigheid niet de precieze wijze van uitvoering van het misdrijf. Wel is vereist dat het opzet gericht is op het misdrijf zelf.
Het hof had ook geoordeeld dat uit het bewijs moest blijken dat een van de plegers daadwerkelijk heeft geschoten, hetgeen niet vaststond. Dit oordeel is niet onbegrijpelijk en blijft in stand. De middelen van cassatie die deze punten betreffen worden verworpen. De Hoge Raad bevestigt daarmee de vrijspraak van verdachte voor de medeplichtigheid aan poging moord/doodslag en zware mishandeling.
Daarnaast wordt vermeld dat verdachte wel is veroordeeld voor het handelen in strijd met de Wet wapens en munitie, waarvoor een gevangenisstraf van twee maanden werd opgelegd. De benadeelde partij werd niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering.
De conclusie van de Procureur-Generaal is dat de middelen niet tot cassatie kunnen leiden en het beroep moet worden verworpen.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van medeplichtigheid aan poging moord wegens ontbreken bewijs opzet op vuurwapengebruik.