ECLI:NL:PHR:2008:BB3365
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over omzetbelasting bij saneringsprojecten door publiekrechtelijk lichaam
De zaak betreft naheffingsaanslagen omzetbelasting opgelegd aan een publiekrechtelijk lichaam (belanghebbende) over de jaren 1996 tot en met 1999. Belanghebbende voerde saneringsprojecten uit aan waterbodems, waaronder het Bargermeerkanaal en de Rodervaart. Het Hof stelde vast dat belanghebbende handelde binnen het specifiek voor haar geldende juridische regime en dus niet als ondernemer, waardoor omzetbelasting terecht werd nageheven.
Belanghebbende betoogde in cassatie dat zij als ondernemer had gehandeld en daarom recht had op aftrek van voorbelasting, wat zou leiden tot vermindering van de naheffingsaanslagen. De Hoge Raad overweegt uitgebreid het juridische kader rond de belastingplicht van publiekrechtelijke lichamen en de taken van waterschappen, met name de scheiding tussen passieve waterbodembescherming en actieve sanering.
De Hoge Raad concludeert dat de saneringsactiviteiten van belanghebbende voortvloeiden uit privaatrechtelijke overeenkomsten en dat zij als ondernemer handelde bij het doorberekenen van kosten aan andere partijen. De naheffingsaanslagen zijn daarom terecht opgelegd, maar moeten worden verminderd met de niet in aftrek gebrachte voorbelasting. Tevens bespreekt de Hoge Raad het arrest Karageorgou van het HvJ EG en de gevolgen daarvan voor de toepassing van artikel 37 Wet Pro OB.
Ten slotte wijst de Hoge Raad op de problematiek rond herziening van ten onrechte gefactureerde omzetbelasting en beveelt verwijzing aan voor nader onderzoek naar aftrekbare voorbelasting en het uitsluiten van gevaar voor verlies van belastinginkomsten. Het oordeel van het Hof over kosten voor gemene rekening wordt bevestigd.
Uitkomst: De naheffingsaanslagen omzetbelasting zijn terecht opgelegd, maar dienen verminderd te worden met de niet in aftrek gebrachte voorbelasting; de zaak wordt voor nader onderzoek verwezen.