ECLI:NL:PHR:2008:BB0449
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over duurzaamheidseis ondernemerschap en willekeurige afschrijving bij VOF met BV
In deze zaak staat centraal of een belastingplichtige, die via een vennootschap onder firma (VOF) met een BV een architectenbureau exploiteert, kan worden aangemerkt als ondernemer in de zin van artikel 6 van Pro de Wet op de inkomstenbelasting 1964. De discussie spitst zich toe op de vraag of de duurzaamheidseis voor ondernemerschap ook geldt voor het subjectieve ondernemerschap van de belastingplichtige zelf.
De feiten betreffen een VOF opgericht per 1 januari 1999, waarin belanghebbende en een BV participeren. Belanghebbende bracht arbeid en kennis in, investeerde in inventaris en inrichting, en ontving winstuitkeringen. De Belastingdienst corrigeerde het aangegeven belastbaar inkomen en stelde dat belanghebbende geen ondernemer was, omdat de VOF slechts tijdelijk was en was opgericht om fiscale faciliteiten te benutten.
Het hof oordeelde dat de duurzaamheidseis ook op het subjectieve ondernemerschap van belanghebbende van toepassing was en dat deze niet aan die eis voldeed, waardoor ondernemerschap werd ontzegd en fiscale faciliteiten werden geweigerd. De Hoge Raad stelt echter dat de duurzaamheidseis slechts geldt voor het bestaan van een objectieve onderneming en niet voor het subjectieve ondernemerschap. Het subjectieve ondernemerschap betreft de relatie van de belastingplichtige tot de onderneming en hoeft geen extra duurzaamheidsvereiste te bevatten.
Verder oordeelt de Hoge Raad dat het buitenvennootschappelijk ondernemingsvermogen van belanghebbende onderdeel is van zijn subjectieve onderneming en niet als een aparte onderneming moet worden gezien. Ten slotte wordt geoordeeld dat de regeling van willekeurige afschrijving voor startende ondernemers ook van toepassing kan zijn in situaties zoals deze, waarbij een belastingplichtige via een tijdelijke VOF-constructie aanspraak maakt op fiscale faciliteiten, omdat de wetgever zich bewust was van dergelijke mogelijkheden en dit niet uitsloot.
Uitkomst: De Hoge Raad oordeelt dat de duurzaamheidseis geldt voor de objectieve onderneming en niet voor het subjectieve ondernemerschap, en bevestigt de toepassing van willekeurige afschrijving voor startende ondernemers in de gegeven situatie.