ECLI:NL:PHR:2008:8
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt strafbaarheid parkeren gevaarlijke stoffen binnen bebouwde kom ondanks ADR-voorschriften
De zaak betreft een verdachte die op twee momenten zijn voertuig met resten van gevaarlijke stoffen binnen de bebouwde kom van Capelle aan den IJssel parkeerde. De verdachte stelde dat hij handelde conform de parkeerregeling van het ADR, omdat de dichtstbijzijnde parkeerplaats buiten de bebouwde kom 15,6 kilometer verderop lag en alleen via bebouwde kom bereikbaar was.
Het hof oordeelde dat de verdachte zijn voertuig had moeten parkeren op de parkeerplaats met de hoogste prioriteit, ook al lag deze verder weg, omdat deze uit oogpunt van openbare veiligheid een hogere prioriteit had. De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en verwierp het beroep van de verdachte. De Hoge Raad overwoog dat de term 'beschikbaar' in de ADR-parkeerregeling niet uitsluit dat een verder gelegen parkeerplaats als beschikbaar kan worden aangemerkt, ook als deze via de bebouwde kom bereikbaar is.
De Hoge Raad benadrukte dat het gebod uit art. 11 Wvgs Pro om de bebouwde kom te mijden, ook geldt voor het parkeren van voertuigen met gevaarlijke stoffen, tenzij er geen redelijke alternatieve route buiten de bebouwde kom is. De door de verdachte gebruikte parkeerplaats voldeed niet aan de hoogste prioriteit en was daarom onvoldoende. Het beroep op het Arbeidstijdenbesluit en de afstand tot de parkeerplaats werden door het hof en de Hoge Raad niet als voldoende gegrond beschouwd.
De Hoge Raad bevestigde daarmee de strafbaarheid van het handelen van de verdachte en verwierp het beroep, waarbij de opgelegde boete en subsidiarische hechtenis in stand blijven.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld voor het opzettelijk parkeren van een voertuig met gevaarlijke stoffen binnen de bebouwde kom en de opgelegde boete en hechtenis blijven in stand.