ECLI:NL:PHR:2007:BB8102
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Geschil over rentevergoeding en boete bij uitstel eigendomsoverdracht bedrijfspand
Partijen sloten een koopovereenkomst voor een bedrijfspand waarbij de eigendomsoverdracht en betaling van de koopsom aanvankelijk gepland waren op 15 maart 2000, maar later op verzoek van Plus Vastgoed werden uitgesteld tot 21 september 2000. Er ontstond een geschil over de vraag of het uitstel was verleend onder de voorwaarde dat Plus Vastgoed rente zou betalen over de koopsom gedurende de uitstelperiode.
[Eiser] stelde dat Plus Vastgoed haar verplichtingen niet was nagekomen en vorderde betaling van een contractuele boete en rentevergoeding. Het hof oordeelde dat Plus Vastgoed niet in verzuim was gekomen en dat onvoldoende was toegelicht dat een rentevergoeding was overeengekomen. Tevens werd een bewijsaanbod van [eiser] om het ontbreken van onvoorwaardelijk uitstel te bewijzen gepasseerd wegens onvoldoende stelplicht.
De Hoge Raad bevestigde dat het uitstel was verleend, maar dat niet vaststond dat rentevergoeding was overeengekomen. De klachten van [eiser] over ingebrekestelling, wettelijke rente en bewijsaanbod faalden, waarna het beroep werd verworpen.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt verworpen en de vorderingen tot boete en rente worden afgewezen.