ECLI:NL:HR:2007:BB8102

Hoge Raad

Datum uitspraak
14 december 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
C06/246HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Geschil over uitstel eigendomsoverdracht en renteverplichting bij bedrijfspand

Eiser vorderde van Plus Vastgoed betaling van een bedrag inclusief rente en kosten, naar aanleiding van een geschil over de koop van een bedrijfspand. De rechtbank wees de vordering af, en het gerechtshof verklaarde het hoger beroep van eiser niet-ontvankelijk en bekrachtigde het vonnis.

Eiser stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het hof. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was omdat geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren.

De Hoge Raad verwierp het beroep en veroordeelde eiser in de kosten van het cassatiegeding. Hiermee werd het oordeel van het hof bevestigd dat geen recht bestond op betaling van de gevorderde bedragen.

Uitkomst: Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de afwijzing van de vordering door lagere rechterlijke instanties.

Uitspraak

14 december 2007
Eerste Kamer
Nr. C06/246HR
MK/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. J.W. Bogaardt,
t e g e n
PLUS VASTGOED B.V.,
gevestigd te De Bilt,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. J. de Bie Leuveling Tjeenk.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en Plus Vastgoed.
1. Het geding in feitelijke instanties
[Eiser] heeft bij exploot van 1 oktober 2003 de rechtsvoorgangster van Plus Vastgoed gedagvaard voor de rechtbank Utrecht en gevorderd, kort gezegd, Plus Vastgoed te veroordelen om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 54.453,63, alsmede een bedrag van € 1.834,98, met rente en kosten.
Plus Vastgoed heeft de vordering bestreden.
De rechtbank heeft, na tussenvonnissen van 21 januari 2004 en 7 april 2004, bij eindvonnis van 23 juni 2004 de vordering afgewezen.
Tegen het tussenvonnis van de rechtbank van 7 april 2004 en het eindvonnis heeft [eiser] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. [Eiser] heeft bij memorie van grieven zijn eis gewijzigd.
Bij arrest van 6 april 2006 heeft het hof [eiser] niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep tegen het tussenvonnis van 7 april 2004 en het eindvonnis van de rechtbank bekrachtigd.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Plus Vastgoed heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor Plus Vastgoed toegelicht door haar advocaat en door mr. D. Vlasblom, advocaat bij de Hoge Raad.
De conclusie van de Advocaat-Generaal D.W.F. Verkade strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Plus Vastgoed begroot op € 1.706,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A. Hammerstein en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer W.D.H. Asser op 14 december 2007.