ECLI:NL:PHR:2007:BB0013
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Toelating tot schuldsaneringsregeling geweigerd wegens ontbreken goede trouw bij verkeersboetes
Verzoeker diende een verzoek in tot toepassing van de schuldsaneringsregeling met een totale schuld van ruim €81.500, waaronder verkeersboetes aan het CJIB van circa €1.400. De rechtbank wees het verzoek af omdat verzoeker niet te goeder trouw was met betrekking tot deze boetes. Verzoeker ging in hoger beroep en stelde dat zijn rijbewijs was gestolen en dat anderen de boetes hadden veroorzaakt, maar kon dit niet aannemelijk maken.
Het hof bevestigde het oordeel van de rechtbank en vond dat verzoeker geen stukken had overgelegd ter onderbouwing van zijn verhaal. Ook was niet gebleken dat verzoeker tegen de boetes had geprotesteerd. De omvang van de schuld en het ontbreken van bewijs maakten dat de boetes niet te goeder trouw waren ontstaan. Verder waren er geen persoonlijke omstandigheden die toelating tot de regeling konden rechtvaardigen.
De Hoge Raad verwierp het cassatiemiddel en oordeelde dat het hof voldoende gemotiveerd had geoordeeld en dat verzoeker onvoldoende bewijs had geleverd. Ook de stelling dat het CJIB niet akkoord ging met afkoop en dat verzoeker afspraken had nagekomen, werd niet als persoonlijke omstandigheden aangemerkt die toelating konden rechtvaardigen. Het beroep werd verworpen.
Uitkomst: Het verzoek tot schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens het ontbreken van goede trouw en onvoldoende persoonlijke omstandigheden.