ECLI:NL:PHR:2007:BA7926

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
25 september 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
03041/06 H
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 34 WAMArt. 467 Sv
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Herziening wegens nieuwe WAM-verklaring leidt tot verwijzing naar gerechtshof Arnhem

Aanvrager werd door de Rechtbank Arnhem veroordeeld wegens het niet verzekeren van een motorrijtuig overeenkomstig de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen (WAM). De rechtbank legde een geldboete en een voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid op. Het hof verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk, waardoor het vonnis onherroepelijk werd.

Na de uitspraak werd een verklaring ex art. 34 WAM Pro overgelegd door Fortis ASR Schadeverzekering, waaruit bleek dat het motorrijtuig op de pleegdatum wel verzekerd was. Deze nieuwe verklaring wekt het ernstige vermoeden dat de rechtbank, indien zij hiervan op de hoogte was geweest, de aanvrager zou hebben vrijgesproken.

De Hoge Raad concludeert dat de herzieningsaanvraag gegrond is en beveelt, indien nodig, opschorting van de tenuitvoerlegging van het vonnis. Vervolgens wordt de zaak verwezen naar het gerechtshof Arnhem voor herbehandeling en afdoening volgens art. 467 Sv Pro.

Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de herziening gegrond en verwijst de zaak terug naar het gerechtshof Arnhem voor herbehandeling.

Conclusie

Nr. 03041/06 H
Mr. Fokkens
Zitting: 19 juni 2007
Conclusie inzake:
[Aanvrager]
1. Aanvrager van herziening is door de Rechtbank te Arnhem bij vonnis van 19 oktober 2005 ter zake van het "als degene aan wie het kenteken is opgegeven voor een motorrijtuig waarvoor een kentekenbewijs is afgegeven niet een verzekering overeenkomstig de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen sluiten en in stand houden" veroordeeld tot een geldboete van € 450,-- subsidiair negen dagen hechtenis. Voorts heeft de Rechtbank aan de aanvrager een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen opgelegd voor de duur van vijf maanden, voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren. Die uitspraak is onherroepelijk nadat het Hof te Arnhem aanvrager op 29 september 2006 niet-ontvankelijk heeft verklaard in zijn beroep tegen dit vonnis.
2. De herzieningaanvraag is ingediend door mr. S. Demirtas, advocaat te Nieuwegein.
3. De aanvraag berust op de stelling dat de auto op de pleegdatum wel verzekerd was. Ter staving van deze stelling is bij de aanvraag een verklaring ex art. 34 WAM Pro gevoegd welke op 10 november 2005 is afgegeven door Fortis ASR Schadeverzekering, inhoudende dat op de pleegdatum 15 september 2004 op naam van aanvrager een motorrijtuig met kenteken [AA-00-BB] was verzekerd.
4. Voornoemde door Fortis afgegeven verklaring, tot stand gekomen en afgegeven nadat de Rechtbank vonnis had gewezen, doet in ieder geval het ernstig vermoeden ontstaan dat de Rechtbank, ware zij daarmee bekend geweest, aanvrager zou hebben vrijgesproken van het hem tenlastegelegde. Vgl. HR 10 oktober 2006, LJN0744, DD2007, 33.2.
5. Ik concludeer dat de Hoge Raad de aanvraag gegrond zal verklaren, voorzover nodig de opschorting of schorsing van de tenuitvoerlegging van het vonnis van de Rechtbank van 19 oktober 2005 zal bevelen en de zaak zal verwijzen naar het Gerechtshof te Arnhem opdat de zaak op de voet van art. 467 Sv Pro opnieuw zal worden behandeld en afgedaan.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden