ECLI:NL:PHR:2007:BA6579
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt onttrekking aan het verkeer van runderen ondanks eerdere vrijspraak
Betrokkene, een veehouder, had op 5 juni 2002 42 runderen in beslag genomen gekregen wegens niet-conforme identificatie en registratie volgens de Regeling identificatie en registratie van dieren 2002. Na vernietiging van de dieren en een veroordeling voor negen runderen, werden de overige 30 runderen niet in de bewezenverklaring opgenomen en vrijgesproken. De Officier van Justitie vorderde later onttrekking aan het verkeer van deze 30 runderen, wat door de rechtbank werd toegewezen.
Betrokkene stelde dat de onttrekking onrechtmatig was omdat hij voor deze runderen was vrijgesproken en de Officier van Justitie zijn vordering had verspeeld door geen hoger beroep in te stellen. De Hoge Raad overwoog dat onttrekking aan het verkeer ook na vernietiging van het beslag mogelijk is en dat de vrijspraak niet aan de onttrekking in de weg staat, mits het gaat om een ander feit dan waarvoor vrijspraak is verleend.
Verder oordeelde de Hoge Raad dat de inbeslagname en vernietiging rechtmatig waren, ook in het licht van Europese verordeningen. De klacht over het ontbreken van een vergoeding voor de onttrokken runderen faalde omdat betrokkene geen verzoek daartoe had ingediend. Ten slotte werd geoordeeld dat de economische kamer bevoegd was de zaak te behandelen, ondanks wijzigingen in de wetgeving. Het cassatieberoep werd verworpen en het beklag ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de onttrekking aan het verkeer van de 30 runderen ondanks eerdere vrijspraak en verklaart het cassatieberoep ongegrond.