ECLI:NL:PHR:2007:BA5833
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Toelaatbaarheid wijziging tenlastelegging bij verwante verkeersovertredingen
Deze zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage waarin de verdachte werd vrijgesproken van het ten laste gelegde feit van het niet meewerken aan een bloedonderzoek na afname van een bloedmonster, strafbaar gesteld in art. 163, negende lid, WVW 1994.
De advocaat-generaal had bij het hof subsidiair gevorderd dat de tenlastelegging gewijzigd zou worden in het feit van het besturen van een auto onder invloed van alcohol, zoals bedoeld in art. 8, eerste lid, WVW 1994. Het hof wees deze wijziging af omdat volgens het hof door de wijziging niet langer hetzelfde feit in de zin van art. 68 Sr Pro zou zijn ten laste gelegd.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof bij de beoordeling van de toelaatbaarheid van de wijziging een onjuiste maatstaf heeft gehanteerd en onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de wijziging niet toelaatbaar zou zijn. De Hoge Raad benadrukt dat de delictsomschrijvingen verwant zijn en dat de strekking ervan niet wezenlijk uiteenloopt. Daarom is de wijziging van de tenlastelegging toelaatbaar.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak terug voor nieuwe berechting in hoger beroep, waarbij de wijziging van de tenlastelegging alsnog kan worden toegelaten.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak terug voor nieuwe berechting met toegelaten wijziging van de tenlastelegging.