ECLI:NL:PHR:2007:BA2553
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt rechtmatigheid parallelle onderzoeken door AIVD en OM zonder misbruik van bevoegdheden
In deze zaak bevestigde de Hoge Raad het arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage waarin verdachte was veroordeeld voor medeplegen van vernielingen. De verdediging had verzocht om het horen van het plaatsvervangend hoofd van de AIVD, een teamleider van de KLPD en twee landelijke officieren van justitie terrorismebestrijding als getuigen, vanwege vermoedens van misbruik van bevoegdheden door de AIVD en het Openbaar Ministerie.
Het Hof oordeelde dat de verdediging niet in haar belangen werd geschaad door het niet horen van deze getuigen en dat er geen noodzaak was voor hun verhoor. De Hoge Raad bevestigde dat er geen rechtsregel is die verbiedt dat zowel de AIVD als het Openbaar Ministerie parallel onderzoek doen naar personen of groeperingen, mits zij elk binnen hun eigen taak en bevoegdheden blijven. Er was geen bewijs van omzeiling van opsporingsbevoegdheden door het OM via de AIVD.
De verdediging voerde aan dat het gebruik van AIVD-informatie als startinformatie voor strafrechtelijk onderzoek in strijd zou zijn met het recht op een eerlijk proces. De Hoge Raad verwierp dit en bevestigde dat de AIVD-informatie voldoende aannemelijk was gemaakt en rechtmatig kon worden gebruikt. Het verzoek tot het horen van getuigen werd daarom afgewezen en het cassatieberoep verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; de veroordeling en het oordeel van het Hof blijven in stand.