ECLI:NL:HR:2006:AV4149
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over verhouding BVD-onderzoek en strafrechtelijk bewijsgebruik in terrorismezaak
Deze zaak betreft een cassatieberoep in een terrorismezaak waarbij de verhouding tussen het onderzoek door de Binnenlandse Veiligheidsdienst (BVD) en het strafrechtelijk onderzoek centraal staat. De Hoge Raad behandelt de mate van controle die de strafrechter kan uitoefenen op BVD-onderzoek en de toelaatbaarheid van door de BVD verzameld materiaal als bewijs in strafprocedures.
De Hoge Raad bevestigt dat de BVD geen opsporingsinstantie is en dat haar werkzaamheden buiten het voorbereidend strafrechtelijk onderzoek vallen, waardoor art. 359a Sv niet van toepassing is op eventuele onregelmatigheden in BVD-onderzoek. Niettemin kan onder bijzondere omstandigheden het door de BVD verzamelde materiaal onbruikbaar zijn, bijvoorbeeld bij grove schendingen van fundamentele rechten of bij oneigenlijk gebruik van bevoegdheden.
De Raad benadrukt dat het gebruik van BVD-materiaal als startinformatie en als bewijsmiddel in beginsel is toegestaan, mits de strafrechter met de nodige behoedzaamheid de betrouwbaarheid en rechtmatigheid van het materiaal beoordeelt. De verdediging moet de mogelijkheid krijgen om de betrouwbaarheid van het materiaal aan te vechten, ook al zijn er beperkingen vanwege geheimhouding. De Hoge Raad wijst verzoeken van de verdediging tot toevoeging van bepaalde stukken aan het dossier af, omdat deze niet tot de processtukken behoren en de geheimhoudingsplicht van de BVD/AIVD dit rechtvaardigt.
Verder oordeelt de Hoge Raad dat publieke uitlatingen van ministers over de schuld van de verdachte geen schending van het recht op een eerlijk proces opleveren die leidt tot niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie. Ten slotte bevestigt de Hoge Raad dat het tapverslag van een telefoongesprek met een anonieme deelnemer geen schriftelijk bescheid is in de zin van art. 344a Sv en derhalve als bewijs kan worden gebruikt onder de gestelde voorwaarden.
Uitkomst: Cassatieberoep verworpen; gebruik BVD-materiaal als bewijs toegestaan onder strikte voorwaarden.