ECLI:NL:PHR:2007:BA2548
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid wegens verjaring bij overtreding rijbewijsplicht
Deze zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage, waarin de verdachte was veroordeeld tot drie weken hechtenis wegens overtreding van art. 107, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994 (rijbewijsplicht).
De kern van het geschil betreft de verjaring van het recht tot strafvordering. Het bewezenverklaarde feit vond plaats op 7 januari 2001, waarna de verjaringstermijn van twee jaren volgens art. 70 Sr Pro op 8 januari 2001 begon te lopen. Door wijzigingen in art. 72 Sr Pro per 1 januari 2006 ontstond een situatie waarin het vervolgingsrecht eerder verviel dan voorheen, hetgeen de wetgever later corrigeerde met ingang van 7 juli 2006.
De Hoge Raad oordeelt dat bij het wijzen van het bestreden arrest op 5 januari 2006 reeds vaststond dat het recht tot strafvervolging was verjaard op 8 januari 2005. Hierdoor moet het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk worden verklaard in de vervolging, en kan het bestreden arrest niet in stand blijven.
Deze uitspraak benadrukt het belang van correcte toepassing van verjaringsregels en de gevolgen van wetwijzigingen voor strafvorderlijke procedures.
Uitkomst: Het Openbaar Ministerie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens verjaring van het recht tot strafvordering.