ECLI:NL:PHR:2007:BA1792
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad oordeelt over loonbelastingheffing van tekengeld bij voetbaltransfer
In deze zaak stond centraal de vraag of tekengeld, betaald door een beroepsvoetbalclub aan een speler bij het aangaan van een contract, als belastbaar loon in de zin van de Wet op de loonbelasting 1964 moet worden beschouwd. De Hoge Raad bevestigde dat tekengeld fiscaal als loon moet worden aangemerkt, ook als de betaling via tussenpersonen of derden verloopt.
De feiten betroffen een transfer van een buitenlandse speler naar een Nederlandse voetbalclub waarbij een bedrag aan tekengeld werd betaald. De betaling vond plaats via omwegen en tussenkomst van derden, waarbij het definitieve contract geen expliciete tekengeldclausule bevatte. Het hof oordeelde dat ondanks het ontbreken van een clausule en de complexe betalingsstructuur, de club zich jegens de speler verplicht had tot betaling van tekengeld en dat dit als loon moest worden belast.
De Hoge Raad benadrukte het bewustheidsvereiste: loon is alleen belastbaar indien de werkgever zich bewust is of redelijkerwijs bewust had moeten zijn van het voordeel voor de werknemer. In deze zaak was dat het geval. Ook werd bevestigd dat een betaling aan een derde kan worden aangemerkt als loon van de werknemer indien de werknemer er uiteindelijk over beschikt. Daarnaast werd ingegaan op de toepassing van de 35%-regeling en de brutering van nettoloon, waarbij het hof terecht oordeelde dat sprake was van een nettoloonafspraak die rechtvaardigt dat het loon wordt gebruteerd.
De Hoge Raad verwierp de meeste middelen van belanghebbende en verklaarde het incidentele cassatieberoep van de Staatssecretaris deels gegrond, waarmee werd bevestigd dat het volledige bedrag van het tekengeld als belastbaar loon moet worden aangemerkt, ook als een deel via verrekening met schulden aan derden is betaald.
Uitkomst: Tekengeld bij voetbaltransfer wordt als belastbaar loon aangemerkt en loonbelasting moet worden geheven, ook bij betaling via derden.