ECLI:NL:HR:2007:BA1792
Hoge Raad
- Cassatie
- A.G. Pos
- L. Monné
- P.J. van Amersfoort
- A.R. Leemreis
- C.A. Streefkerk
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad oordeelt over loonbelasting naheffingsaanslag en schending Awb-procedure
Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag opgelegd over het tijdvak 1995 voor loonbelasting en premie volksverzekeringen, die na bezwaar werd gehandhaafd door de Inspecteur. Het Hof verklaarde het beroep gegrond, verminderde de aanslag, maar wees het bezwaar tegen de uitspraak op bezwaar af. Belanghebbende stelde cassatie in tegen het hofarrest, waarbij de Staatssecretaris van Financiën incidenteel cassatie instelde.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof terecht aannam dat de betaling van tekengeld aan de speler als loon in de zin van de Wet op de loonbelasting 1964 moet worden aangemerkt. Ook oordeelde het hof terecht dat de 35%-regeling niet van toepassing was omdat geen afzonderlijke vergoeding was vastgesteld. Wel oordeelt de Hoge Raad dat het hof ten onrechte het verzoek om een getuige te horen heeft afgewezen, wat een schending van artikel 10:3, lid 3, Awb oplevert bij de uitspraak op bezwaar.
De Hoge Raad vernietigt het hofarrest en verwijst de zaak naar het Gerechtshof Amsterdam voor verdere behandeling met inachtneming van dit arrest. Tevens veroordeelt de Hoge Raad de Staat tot vergoeding van griffierecht en kosten van het cassatiegeding aan de zijde van belanghebbende. De zaak betreft complexe fiscale en bestuursrechtelijke vraagstukken rond loonbelastingheffing op tekengeld bij een beroepsvoetbalcontract.
Uitkomst: Het hofarrest wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen naar het Gerechtshof Amsterdam voor verdere behandeling met inachtneming van het arrest.