ECLI:NL:PHR:2007:BA1732
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid bestuurder voor niet-gemelde betalingsonmacht bij ziekte
Deze zaak betreft de aansprakelijkstelling van een bestuurder van een vennootschap voor niet betaalde omzetbelasting en loonbelasting/premie volksverzekeringen. De bestuurder was ziek en stelde niet in staat te zijn de betalingsonmacht tijdig te melden. Het Hof wees dit verweer af, stellende dat de bestuurder zich tijdig bewust had moeten zijn van zijn ongeschiktheid en voorzorgsmaatregelen had moeten treffen.
De Hoge Raad analyseert de meldingsplicht en bestuurdersaansprakelijkheid onder de Invorderingswet 1990 en Wet financiering volksverzekeringen. De meldingsplicht vereist onverwijld melden van betalingsonmacht, uiterlijk binnen twee weken na de verschuldigde betalingstermijn. Bij niet-naleving rust het vermoeden van verwijt op de bestuurder, die dit moet weerleggen.
De Hoge Raad benadrukt dat verwijtbaarheid van een zieke bestuurder altijd naar de omstandigheden van het concrete geval moet worden beoordeeld. Onvoorzienbare ziekte vlak voor het einde van de termijn kan disculperen, maar als de bestuurder redelijkerwijs had moeten voorzien dat hij niet in staat zou zijn tijdig te melden, dient hij voorzorgsmaatregelen te treffen. Het nalaten daarvan is verwijtbaar. Ook als voorzorgsmaatregelen zijn getroffen, maar de bestuurder zelf nog in staat was te melden en dit nalaat, is hij verwijtbaar.
De Hoge Raad oordeelt dat het Hof onvoldoende heeft gemotiveerd of de bestuurder redelijkerwijs kon aannemen dat hij tijdig kon melden en dat het Hof ten onrechte slechts één meldingstijdstip in aanmerking nam. De zaak wordt terugverwezen voor nadere beoordeling.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt gegrond verklaard en de zaak wordt terugverwezen voor nadere beoordeling van de verwijtbaarheid van de zieke bestuurder.