ECLI:NL:PHR:2007:AZ9343
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling wegens uitbuiting en medeplegen seksuele uitbuiting minderjarige prostituee
De verdachte is door het Gerechtshof te 's-Gravenhage veroordeeld voor medeplegen van het opzettelijk voordeel trekken uit seksuele handelingen van een minderjarige prostituee, gepleegd in vereniging met een ander. De bewezenverklaring betreft onder meer het feit dat de verdachte en haar mededader misbruik maakten van het illegale verblijf van het slachtoffer en haar belemmerden het pand te verlaten.
De zaak omvatte uitgebreide bewijsmiddelen, waaronder verklaringen van het slachtoffer en getuigen, politieprocessen-verbaal, en internationale rogatoire commissies. De verdediging voerde onder meer aan dat de identiteit en minderjarigheid van het slachtoffer niet wettig en overtuigend waren vastgesteld, en dat de verdachte niet wist van de verkrachtingen door haar mededader.
De Hoge Raad verwierp deze verweren, oordeelde dat de bewezenverklaring voldoende gemotiveerd was en dat het hof terecht het bewijs heeft gewogen. Ook werd geoordeeld dat de redelijke termijn in cassatie niet was overschreden. De straf van 21 maanden gevangenisstraf, waarvan 7 voorwaardelijk, bleef in stand.
Uitkomst: Hoge Raad bevestigt veroordeling verdachte tot 21 maanden gevangenisstraf, waarvan 7 voorwaardelijk, wegens medeplegen van uitbuiting van minderjarige prostituee.