ECLI:NL:PHR:2007:AZ8824
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt ontvankelijkheid OM ondanks vormverzuimen in opsporingsonderzoek zedendelict
In deze zaak heeft de raadsman van de verdachte betoogd dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk moet worden verklaard wegens ernstige vormverzuimen in het voorbereidend onderzoek, waaronder het niet naleven van de Aanwijzing bejegening slachtoffers zedendelicten en de Aanwijzing opsporing seksueel misbruik in afhankelijkheidsrelaties. Tevens werd verzocht om bewijsuitsluiting van de aangiften en het deskundigenrapport.
Het hof heeft deze verweren verworpen omdat het niet-naleven van genoemde aanwijzingen niet zodanig ernstig was dat het tot niet-ontvankelijkheid van het OM of bewijsuitsluiting moest leiden. De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en stelt dat het vormverzuim niet heeft geleid tot een ernstige schending van de beginselen van een behoorlijke procesorde of tot onbetrouwbaarheid van het bewijsmateriaal.
Daarnaast werd een verzoek tot strafvermindering ingediend op grond van artikel 359a Sv, maar het hof heeft dit verzuimd te beslissen. De Hoge Raad oordeelt dat dit verzuim niet tot cassatie leidt omdat het hof impliciet heeft geoordeeld dat het nadeel van het vormverzuim niet aanwezig was.
Verder zijn verzoeken tot het opmaken van een aanvullend psychiatrisch rapport afgewezen omdat reeds een recent reclasseringsrapport en een deskundigenrapport van dr. Bullens aanwezig waren, die naar het oordeel van het hof voldoende waren voor een goede beoordeling.
De Hoge Raad verklaart het beroep ongegrond en bevestigt het arrest van het hof dat de verdachte veroordeelde tot een voorwaardelijke gevangenisstraf en taakstraf wegens ontuchtige handelingen met een minderjarige.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling van verdachte ondanks vormverzuimen en wijst verzoeken tot niet-ontvankelijkheid, bewijsuitsluiting en strafvermindering af.