ECLI:NL:PHR:2007:AZ6533
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Wijziging omgangsregeling na verhuizing moeder en kinderen
Deze zaak betreft een verzoek tot wijziging van een omgangsregeling tussen vader en zijn minderjarige kinderen, vastgesteld door de rechtbank Haarlem. De moeder was met de kinderen verhuisd naar een andere woonplaats, waarna zij een wijziging van de omgangsregeling verzocht vanwege de belasting die het halen en brengen van de kinderen voor haar en de kinderen meebracht.
De rechtbank verklaarde het verzoek van de moeder niet-ontvankelijk, maar het hof vernietigde deze beslissing en wijzigde de omgangsregeling zodanig dat de kinderen drie weekenden per vier weken bij de vader zouden verblijven, waarbij de haal- en brengplicht tussen ouders werd verdeeld. De vader kwam hiertegen in cassatie.
De Hoge Raad oordeelde dat de verhuizing en de daaruit voortvloeiende belasting voor de moeder en kinderen een relevante wijziging van omstandigheden vormde op grond waarvan de omgangsregeling kon worden aangepast. Tevens werd geoordeeld dat het hof terecht niet ontvankelijkheid had uitgesproken en dat het verzoek van de vader om nadere verplichtingen te bepalen niet ontvankelijk was. Het cassatieberoep werd verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de gewijzigde omgangsregeling met verdeelde haal- en brengplicht.