ECLI:NL:PHR:2007:AZ6098
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vaststelling kinderalimentatie bij kind van ouders zonder gezinsverband
In deze zaak staat de vaststelling van kinderalimentatie centraal voor een minderjarig kind dat geboren is uit een affectieve relatie waarbij de ouders nooit een gezinsverband hebben gevormd. De vrouw heeft een bijdrage van de man in de kosten van verzorging en opvoeding van het kind gevorderd. De rechtbank stelde de behoefte van het kind vast op basis van het netto-inkomen van de man, terwijl het hof het fictieve gezinsinkomen van beide ouders als maatstaf nam. De man stelde in cassatie dat het hof buiten de rechtsstrijd was getreden door deze methode toe te passen.
De Hoge Raad bevestigt dat bij de bepaling van de behoefte van een kind dat niet in gezinsverband met beide ouders heeft gewoond, de financiële middelen van beide ouders in beginsel moeten worden betrokken. Echter, het hof trad buiten de grenzen van de rechtsstrijd door zonder voldoende motivering af te wijken van de door de rechtbank gehanteerde methode. Tevens oordeelt de Hoge Raad dat het bewijsaanbod van de man omtrent co-ouderschap onvoldoende is meegewogen door het hof, wat onbegrijpelijk is.
De Hoge Raad bespreekt ook de verschillende methoden in de rechtspraak voor het bepalen van de behoefte van een kind zonder gezinsverband, waarbij wordt gewezen op het fictieve karakter van het gezinsinkomen en de hogere kosten van het voeren van twee afzonderlijke huishoudens. De uitspraak benadrukt dat de behoefte niet mag worden vastgesteld alsof het kind in een gezinssituatie zou opgroeien die nooit heeft bestaan. De zaak wordt vernietigd en verwezen voor hernieuwde beoordeling.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking van het hof en verwijst de zaak terug voor hernieuwde beoordeling.