ECLI:NL:PHR:2007:AZ5707
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling feitelijkheid en dwang bij verkrachting met feitelijk overwicht in opa-kleinkindrelatie
In deze zaak heeft het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch verdachte veroordeeld wegens meervoudige verkrachting, waarbij sprake zou zijn van dwang door feitelijkheid gebaseerd op een feitelijk overwicht vanwege het leeftijdsverschil en de opa-kleinkindrelatie.
De Hoge Raad onderzoekt de grenzen van het begrip 'feitelijkheid' in art. 242 Sr Pro en benadrukt dat alleen een feitelijk overwicht dat leidt tot een bedreigende situatie waarin het slachtoffer geen weerstand kan bieden, kan worden aangemerkt als dwang. Het loutere bestaan van een afhankelijkheidsrelatie of leeftijdsverschil is daarvoor onvoldoende.
De Hoge Raad bespreekt eerdere jurisprudentie waarin psychische druk en bedreigende sferen centraal stonden bij het aannemen van dwang door feitelijkheid. In de onderhavige zaak concludeert de Hoge Raad dat het hof terecht heeft geoordeeld dat verdachte door zijn gedragingen en het feitelijk overwicht een bedreigende situatie heeft doen ontstaan die het slachtoffer dwong tot seksuele handelingen.
Daarnaast is vastgesteld dat verdachte het slachtoffer naar een afgelegen plek heeft gebracht en fysieke dwang heeft toegepast, wat het overwicht en de bedreigende situatie versterkt. De Hoge Raad verwierp het cassatiemiddel dat de bewezenverklaring onvoldoende gemotiveerd zou zijn en bevestigde het oordeel van het hof.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de veroordeling wegens verkrachting op grond van dwang door feitelijkheid.