ECLI:NL:PHR:2007:AZ3582
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herzieningsaanvraag brandstichting woning Rotterdam
De zaak betreft een herzieningsaanvraag van een veroordeling voor opzettelijke brandstichting in een woning te Rotterdam op 6 februari 2003. De aanvrager werd veroordeeld door het Gerechtshof te 's-Gravenhage en het arrest werd onherroepelijk na cassatie.
De aanvraag betrof nieuwe verklaringen, waaronder een bekentenis van een derde partij die de brand zou hebben gesticht, en andere getuigenverklaringen die het ernstige vermoeden zouden kunnen wekken dat de aanvrager onschuldig is. Er werd ook een brief van een moskee overgelegd waarin de aanvrager om hulp vroeg tijdens de brand.
De Hoge Raad oordeelt dat de nieuwe stukken geen novum vormen. De authenticiteit en geloofwaardigheid van de nieuwe verklaringen, vooral van de derde partij, zijn twijfelachtig. Het opsporingsonderzoek was incompleet, maar de nieuwe gegevens roepen geen ernstig vermoeden op dat het Hof tot vrijspraak zou zijn gekomen. De aanvraag wordt daarom afgewezen.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst de herzieningsaanvraag af wegens gebrek aan een overtuigend novum.