ECLI:NL:PHR:2007:AZ2526
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens te late kennisgeving arrest
De zaak betreft een cassatieberoep ingesteld door de verdachte tegen een arrest van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 3 april 2001, waarbij hij bij verstek was veroordeeld voor diefstal tot een gevangenisstraf van een week.
De kern van het geschil is de ontvankelijkheid van het cassatieberoep, waarbij de verdediging aanvoert dat de akte van uitreiking van de mededeling van het arrest nietig zou zijn en dat de verdachte niet tijdig op de hoogte is gesteld. De Hoge Raad onderzoekt of het beroep binnen de wettelijke termijn is ingesteld, waarbij het beslissend is of de verdachte bekend was met het arrest.
Uit de stukken blijkt dat de mededeling van het arrest op 8 januari 2003 aan de verdachte is uitgereikt op het Bureau Segbroek, zoals blijkt uit een akte met stempels en ondertekening. Dit betekent dat de kennisgeving meer dan veertien dagen voor het instellen van het cassatieberoep op 11 november 2005 heeft plaatsgevonden.
De Hoge Raad concludeert dat het beroep te laat is ingesteld en verklaart het cassatieberoep niet-ontvankelijk. Hierdoor komt de inhoudelijke behandeling van het beroep niet aan de orde.
Uitkomst: Het cassatieberoep is niet-ontvankelijk verklaard wegens te late kennisgeving van het arrest aan de verdachte.