ECLI:NL:PHR:2007:AU3994
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over fiscale afschrijving op beleggingsvastgoed en restwaardebepaling
De zaak betreft de fiscale afschrijving op participaties in vastgoedmaatschappen die beleggen in commercieel vastgoed. Kernpunten van het geschil zijn onder meer of de restwaarde van grond en opstal moet worden aangepast voor inflatie en waardestijgingen, of afschrijving lineair of progressief moet plaatsvinden, en of de objectieve levensduur of de subjectieve bezitsduur van belang is.
Het Hof heeft geoordeeld dat afschrijving per afzonderlijke onroerende zaak moet worden bepaald, waarbij de grondwaarde uit de historische kostprijs wordt geëlimineerd omdat grond niet slijt. De jaarlijkse afschrijving wordt lineair berekend op basis van kostprijs minus restwaarde gedeeld door gebruiksjaren, waarbij restwaarde wordt vastgesteld zonder inflatoire elementen. Afwijking van lineaire afschrijving is slechts toegestaan bij onmiskenbaar onevenredig gebruiksnut.
De Staatssecretaris stelde meerdere middelen aan de orde, waaronder het betoog dat waardestijging van de grond bij restwaardebepaling moet worden betrokken en dat progressieve afschrijving gerechtvaardigd kan zijn bij stijgend nettorendement. De belanghebbende stelde onder meer dat de gebruiksduur onjuist was vastgesteld en dat het Hof onjuist is om restwaarde exclusief fundering te bepalen.
De conclusie van de Procureur-Generaal benadrukt dat de bestaande jurisprudentie uit de jaren 50 en 60 nog steeds adequaat is en dat restwaardecorrectie alleen aan de orde is bij aanmerkelijke en blijvende waardestijging van de grond die reeds heeft plaatsgevonden. Afschrijving dient het matchingbeginsel en moet gebaseerd zijn op historische kostprijs minus restwaarde, waarbij inflatie en toekomstige waardestijgingen niet mogen worden meegenomen. Grond en opstal worden als één bedrijfsmiddel beschouwd, tenzij bijzondere omstandigheden anders vereisen.
De zaak bevat uitgebreide jurisprudentie en literatuurstudie over de fiscale afschrijving, de verhouding tussen grond en opstal, het onderscheid tussen belegging en eigen gebruik, en internationale vergelijkingen. Tevens wordt ingegaan op beleidsontwikkelingen en mogelijke toekomstige wetswijzigingen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat bij fiscale afschrijving op vastgoed de grondwaarde buiten beschouwing blijft en restwaardebepaling zonder inflatiecorrectie moet plaatsvinden.