ECLI:NL:GHAMS:2004:AR2959
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Den Boer
- Faase
- Slijpen
- Rechtspraak.nl
Geschil over fiscale afschrijving van aandelen in vastgoedmaatschappen met verhuurde bedrijfsgebouwen
Belanghebbende, houdster van participaties in diverse vastgoedmaatschappen die beleggen in verhuurde kantoorgebouwen, betwist de door de inspecteur vastgestelde fiscale afschrijving op haar aandelen. De discussie spitst zich toe op de vraag of bij de afschrijving rekening moet worden gehouden met de grondwaarde, inflatie, de gebruiksduur en het afschrijvingssysteem (lineair versus progressief).
Het Hof stelt vast dat de afschrijving moet worden berekend op de opstal exclusief grond, omdat grond geen waardevermindering door gebruik ondergaat. De restwaarde wordt objectief bepaald zonder inflatoire correcties. Het lineaire afschrijvingssysteem wordt bevestigd, tenzij onmiskenbaar onevenredig gebruiksnut wordt aangetoond, wat hier niet het geval is.
De objectieve gebruiksduur wordt vastgesteld op circa 30 jaar, waarbij na die periode de panden niet meer geschikt zijn voor verhuur zonder ingrijpende renovaties. De restwaarde wordt gesteld op 15-20% van de historische kostprijs. De rapporten van een deskundige taxateur worden als betrouwbaar beoordeeld, terwijl de inspecteur onvoldoende bewijs levert voor zijn hogere restwaarden en kortere gebruiksduur.
Het Hof vermindert het belastbare inkomen van belanghebbende tot f 118.910 en veroordeelt de inspecteur in de proceskosten. Tevens wordt het onderzoek naar een mogelijke schadevergoeding heropend zodat belanghebbende zich hierover kan uitlaten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, de aanslag verminderd tot een belastbaar inkomen van f 118.910 en de inspecteur veroordeeld in de proceskosten.