ECLI:NL:PHR:2006:AZ1662
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Herziening wegens persoonsverwisseling bij diefstal- en opiumwetzaken
De aanvrager heeft bij de Hoge Raad herziening gevraagd van twee onherroepelijke vonnissen van de politierechter, waarin hij veroordeeld werd voor diefstal en opzettelijk handelen in strijd met de Opiumwet. De aanvrager stelt dat iemand anders zich ten onrechte van zijn personalia bediende tijdens de feiten.
Uit onderzoek, waaronder vingerafdrukvergelijking en handtekeninganalyse, blijkt dat de aanvrager niet de dader is van de feiten waarvoor hij is veroordeeld. De officier van justitie heeft op basis hiervan de onmiddellijke invrijheidstelling bevolen en het Haagse vonnis ter verjaring opgelegd.
De Hoge Raad concludeert dat er een ernstig vermoeden bestaat dat de aanvrager onterecht is veroordeeld en dat de rechters hem waarschijnlijk vrijgesproken zouden hebben als zij deze omstandigheden hadden gekend. Daarom worden de herzieningsverzoeken gegrond verklaard en worden de zaken verwezen naar het Gerechtshof voor hernieuwde behandeling.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de herzieningsverzoeken gegrond en verwijst de zaken naar het Gerechtshof voor hernieuwde behandeling.