ECLI:NL:PHR:2006:AZ1397
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad arrest over belastingverdragen en verrekening van bronbelasting in driehoeksgevallen
De zaak betreft een Nederlandse vennootschap met een vaste inrichting in België die rente ontvangt uit Brazilië, Italië en Mexico. De vraag is of de Nederlandse vennootschapsbelasting verrekening moet toestaan van buitenlandse bronbelasting en tax sparing credits die betrekking hebben op deze rente, mede gelet op de belastingverdragen met de betrokken landen.
Het Hof had geoordeeld dat verrekening van de Mexicaanse bronbelasting en de Braziliaanse fictieve bronbelasting (tax sparing credit) in Nederland niet mogelijk is, omdat België als vestigingsstaat deze verrekening al toepast en Nederland de winst van de vaste inrichting vrijstelt. De belanghebbende stelde cassatieberoep in tegen deze uitspraken.
De Hoge Raad bevestigt dat de strekking van de verrekeningsbepalingen in belastingverdragen is om te voorkomen dat Nederland meer belastingvermindering verleent dan de belasting die het zelf heft over het betreffende inkomen. Indien Nederland op grond van het verdrag met de vaste inrichting-staat de winst vrijstelt, heft het feitelijk geen belasting over die winst en is verrekening van bronbelasting niet aan de orde. De volgorde van toepassing van vrijstelling en verrekening is niet van belang voor het resultaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal adviseert het cassatieberoep ongegrond te verklaren, waarbij uitgebreid wordt ingegaan op de interpretatie van de verschillende verdragsbepalingen, de teleologische uitleg van de grondslageis en de toepassing van het arrest HR BNB 2002/184. Ook wordt de relevantie van de formulering van verrekeningsbepalingen in verdragen met verschillende landen besproken.
Deze uitspraak verduidelijkt de toepassing van belastingverdragen in complexe driehoeksituaties waarbij passieve inkomsten via een vaste inrichting in een derde land worden ontvangen en bevestigt dat Nederland geen dubbele belastingvermindering hoeft toe te staan indien het zelf geen belasting heft over de betreffende inkomsten.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard; Nederland hoeft geen verrekening van bronbelasting en tax sparing credits toe te staan indien het op grond van het verdrag met de vaste inrichting-staat de winst vrijstelt.