ECLI:NL:PHR:2006:AY8324
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling maximale duur taak- en werkstraffen bij samenloop en verschoonbare rechtsdwaling
De verdachte werd door het Gerechtshof Amsterdam veroordeeld wegens medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met de Wet inzake de wisselkantoren en de Wet melding ongebruikelijke transacties. Hij kreeg een gevangenisstraf van zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar en een werkstraf van 240 uren, subsidiair 120 dagen hechtenis.
De verdediging voerde onder meer aan dat sprake was van verschoonbare rechtsdwaling, omdat het wisselkantoor waar de verdachte mee samenwerkte geen bezwaar maakte tegen zijn activiteiten en het destijds onduidelijk was of zijn handelen als wisselkantoorwerkzaamheden moest worden aangemerkt. Het hof verwierp dit verweer, stellende dat de verdachte een zelfstandige onderzoeksplicht had en niet mocht vertrouwen op het wisselkantoor of andere instanties zonder zelf navraag te doen.
Daarnaast werd het beroep gedaan op een maximale cumulatie van taak- en werkstraffen bij samenloop, waarbij de verdediging stelde dat de totale duur niet boven 240 uren mocht uitkomen. De Hoge Raad bevestigde dat art. 22c Sr de duur van taak- en werkstraffen beperkt, maar dat bij samenloop geen nadere maximering geldt, en dat art. 63 Sr Pro de cumulatie van niet-vrijheidsbenemende sancties niet beperkt.
De Hoge Raad verwierp beide middelen en bevestigde de uitspraak van het hof, waarbij het oordeel over de zelfstandige onderzoeksplicht en het ontbreken van verschoonbare rechtsdwaling niet onbegrijpelijk werd bevonden. Het beroep werd verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de strafoplegging van zes maanden voorwaardelijke gevangenisstraf en 240 uren werkstraf wordt bevestigd.