ECLI:NL:PHR:2006:AY6205
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Toelaatbaarheid en vereisten van machtiging tot voortgezet verblijf op grond van de Wet Bopz
In deze zaak stond de vraag centraal of een verzoek tot verlening van een machtiging tot voortgezet verblijf onder de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen (Wet Bopz) ontvankelijk kan zijn indien het verzoek is ingediend na het verstrijken van de geldigheidsduur van de lopende machtiging. Tevens werd beoordeeld of de geneeskundige verklaring die bij het verzoek was overgelegd voldeed aan de wettelijke vereisten.
De officier van justitie had aanvankelijk een verzoek ingediend voor een voorwaardelijke machtiging met een geneeskundige verklaring op grond van art. 14a lid 4 Wet Bopz. Later werd subsidiair een machtiging tot voortgezet verblijf verzocht, maar zonder de vereiste verklaring volgens art. 16 Wet Pro Bopz. De rechtbank verleende de machtiging tot voortgezet verblijf, maar de Hoge Raad stelde vast dat de rechtbank niet had vastgesteld of de overgelegde verklaring voldeed aan de inhoudelijke eisen en of deze door de juiste autoriteit was afgegeven.
Verder oordeelde de Hoge Raad dat indien het verzoek tot machtiging tot voortgezet verblijf pas na het verstrijken van de geldigheidsduur van de lopende machtiging wordt ingediend, de geneesheer-directeur verplicht is de betrokkene te ontslaan, tenzij deze vrijwillig in het ziekenhuis verblijft. Het verblijf na het verstrijken van de machtiging kan als vrijwillig worden beschouwd, maar voor voortzetting van de vrijheidsbeneming is een nieuwe geldige machtiging of een tijdig ingediend verzoek daartoe noodzakelijk.
De Hoge Raad vernietigde de bestreden beschikking en verwees de zaak terug naar de rechtbank te Utrecht voor hernieuwde beoordeling, waarbij de juiste geneeskundige verklaring moet worden overgelegd en de ontvankelijkheid van het verzoek opnieuw moet worden beoordeeld.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking en verwijst de zaak terug voor hernieuwde beoordeling van de ontvankelijkheid en geneeskundige verklaring.