ECLI:NL:PHR:2006:AX9704
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering overwaarde woning op grond van huwelijkse voorwaarden met algehele uitsluiting
Partijen zijn gehuwd onder huwelijkse voorwaarden die iedere gemeenschap van goederen uitsluiten. De vrouw kocht een woning die op haar naam stond, later verkocht met een aanzienlijke overwaarde. De man vorderde 50% of subsidiair 25% van deze overwaarde, stellende dat hierover afspraken waren gemaakt vóór het huwelijk of mondeling bij de echtscheiding.
De rechtbank en het hof wezen deze vorderingen af omdat de afspraken niet schriftelijk in de huwelijkse voorwaarden waren opgenomen en de vrouw deze betwistte. Het hof verwierp ook het bewijsaanbod van de man betreffende bevestigingen van de vrouw na de scheiding, omdat dergelijke afspraken niet konden afwijken van de notariële huwelijkse voorwaarden.
De Hoge Raad oordeelde dat een mondelinge of stilzwijgende afspraak over vermogensverdeling vóór het huwelijk niet kan afwijken van de notariële huwelijkse voorwaarden en dat deze voorwaarden op straffe van nietigheid schriftelijk moeten worden vastgelegd. De vordering van de man wordt daarom afgewezen.
Uitkomst: De vordering van de man tot toekenning van een deel van de overwaarde van de woning wordt afgewezen.