ECLI:NL:PHR:2006:AX9387
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Ontslag op staande voet wegens bedreiging werknemer: beoordeling gedeeltelijk vaststaande feiten
De zaak betreft een geschil tussen een schoonmaakster en haar werkgever over de rechtsgeldigheid van een ontslag op staande voet wegens bedreiging van medewerkers van een klant. De werkgever had de werknemer ontslagen na een conflict en diverse bedreigingen, waaronder door de werknemer zelf en haar echtgenoot. De kantonrechter stelde vast dat niet alle bedreigingen door de werknemer waren bewezen en verklaarde het ontslag ongeldig. Het hof oordeelde later dat de werknemer wel degelijk had bedreigd en bevestigde het ontslag.
De Hoge Raad onderzoekt of het ontslag op staande voet rechtsgeldig is wanneer slechts een deel van de feiten waarop het ontslag is gebaseerd, in rechte is vastgesteld. De Hoge Raad herhaalt de criteria uit eerdere jurisprudentie dat het vastgestelde deel op zichzelf een dringende reden moet vormen, dat de werkgever aannemelijk moet maken dat hij ook bij alleen dat deel tot ontslag zou zijn overgegaan, en dat dit voor de werknemer duidelijk moet zijn geweest.
In deze zaak oordeelt de Hoge Raad dat de werkgever niet heeft aangetoond dat zij het ontslag uitsluitend op de vastgestelde bedreiging zou hebben gebaseerd. Daarom kan het ontslag niet als rechtsgeldig worden beschouwd. De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak terug voor verdere beoordeling, met name over de matiging van de loonvordering.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen voor herbeoordeling.