ECLI:NL:PHR:2006:AX8839
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid Staat voor onrechtmatige overheidsdaad inzake clustering antidepressivum Remeron in geneesmiddelenvergoedingssysteem
De zaak betreft een geschil tussen Organon, fabrikant van het antidepressivum Remeron, en de Staat over de vraag of de Staat aansprakelijk is voor een onrechtmatige daad wegens de indeling van Remeron in het geneesmiddelenvergoedingssysteem (GVS) onder het oude zorgstelsel. Organon stelde dat de minister het geneesmiddel onjuist had ingedeeld, omdat de clustering niet tijdig was herzien ondanks gewijzigde inzichten over de werkzaamheid van Remeron.
De rechtbank wees de vorderingen van Organon af, en het hof bekrachtigde dit oordeel. Het hof stelde vast dat de indeling van antidepressiva in clusters tot 1 september 2000 uitsluitend gebaseerd was op verschillen in bijwerkingen en niet op werkzaamheid. De wijziging van beleid per 31 augustus 2000, waarbij ook de ernst van bijwerkingen werd meegewogen, was niet onrechtmatig laat genomen. Organon had niet aangetoond dat de minister eerder had moeten heroverwegen.
De Hoge Raad bevestigde dat de indeling in het GVS een kostenmaatregel is die zich richt op onderlinge vervangbaarheid, bepaald door bijwerkingenprofielen. De farmacotherapeutische adviezen over werkzaamheid in het Farmacotherapeutisch Kompas zijn niet gelijk aan de GVS-clustering. De Staat heeft niet onrechtmatig gehandeld door Remeron in de cluster 'overige antidepressiva' te handhaven tot de beleidswijziging in 2000. De cassatie werd verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp de cassatie en bevestigde dat de Staat niet aansprakelijk is voor onrechtmatige overheidsdaad inzake de indeling van Remeron in het GVS.