ECLI:NL:PHR:2006:AX7805
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Verdeling huwelijksgoederengemeenschap bij letselschade-uitkering en schuld
In deze zaak stonden een man en een vrouw, gehuwd in algehele gemeenschap van goederen, tegenover elkaar over de verdeling van hun huwelijksgoederengemeenschap na hun echtscheiding. De vrouw verzocht om toescheiding van een schuld die de man vóór het huwelijk was aangegaan, terwijl de man wilde dat een letselschade-uitkering die hij tijdens het huwelijk ontving buiten de gemeenschap zou blijven.
De rechtbank wees het verzoek van de vrouw tot toescheiding van de schuld af, maar kende toe dat de letselschade-uitkering aan de man verknocht was en dus buiten de gemeenschap viel. Het hof vernietigde dit oordeel en stelde dat zowel de schuld als de uitkering in de gemeenschap vielen, omdat de man onvoldoende had gesteld over de verknochtheid van de uitkering.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het hof en verduidelijkte dat alleen een letselschade-uitkering die mede strekt ter compensatie van toekomstige schade als verknocht kan worden aangemerkt. De enkele stelling dat de uitkering voortkomt uit een bedrijfsongeval is onvoldoende. Ook het feit dat de man de uitkering aan de vrouw gaf, maakte dat de uitkering in de gemeenschap viel. Het cassatieberoep van de man werd verworpen en het incidenteel beroep van de vrouw behoeft geen behandeling.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat de letselschade-uitkering en de schuld in de huwelijksgoederengemeenschap vallen.