ECLI:NL:HR:2006:AX7805
Hoge Raad
- Cassatie
- D.H. Beukenhorst
- P.C. Kop
- E.J. Numann
- J.C. van Oven
- W.D.H. Asser
- Rechtspraak.nl
Verdeling huwelijksgemeenschap en verknochtheid letselschadevergoeding bij echtscheiding
In deze zaak stond de verdeling van de huwelijksgemeenschap tussen voormalige echtelieden centraal, met name de vraag of een geldschuld aan de man moest worden toegedeeld en of een schadevergoeding wegens een bedrijfsongeval als aan de man verknocht buiten de gemeenschap viel.
De rechtbank had de echtscheiding uitgesproken, de schuld aan de Postbank aan de man toegedeeld en geoordeeld dat de letselschadevergoeding van € 15.000,- buiten de gemeenschap viel. Het hof vernietigde dit oordeel en bepaalde dat zowel de schuld als de schadevergoeding in de gemeenschap vielen, omdat de man onvoldoende feiten had gesteld om verknochtheid aan te nemen.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het hof. De Raad benadrukte dat de aard van het goed en maatschappelijke opvattingen bepalend zijn voor verknochtheid. Een vergoeding wegens letselschade kan niet zonder nadere specificatie als verknocht worden beschouwd, omdat het relevant is welke schadecomponenten de vergoeding betreft, bijvoorbeeld toekomstige inkomensschade.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep van de man en verklaarde dat het incidentele beroep van de vrouw niet behandeld hoeft te worden omdat het principale beroep faalde. De schuld aan de Postbank blijft aan de man toegedeeld.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat de letselschadevergoeding niet zonder nadere specificatie als verknocht aan de man buiten de gemeenschap valt.