ECLI:NL:PHR:2006:AX7447
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Nietigheid verhoor getuige door ontbreken beëdiging en bijstand advocaat toegestaan
In deze zaak stond centraal of het verhoor van een begeleider van een getuige zonder beëdiging volgens art. 290 Sv Pro nietig is en of een getuige recht heeft op bijstand van een advocaat tijdens het verhoor ter terechtzitting.
Het hof had de begeleider van de getuige niet als getuige beëdigd, terwijl deze informatie gaf over de lichamelijke en geestelijke toestand van de getuige. De Hoge Raad oordeelde dat dit verzuim tot nietigheid van het verhoor leidt omdat het wezenlijk is dat getuigen onder ede of belofte worden gehoord.
Daarnaast werd geoordeeld dat hoewel de wet niet expliciet het recht op bijstand door een advocaat aan getuigen verleent, dit niet in de weg staat dat een getuige zich tijdens het verhoor ter terechtzitting door een advocaat laat bijstaan. De advocaat overschreed daarbij niet het kader van zijn bijstand.
Verder werd het verweer dat de verklaringen van de getuige onbetrouwbaar zouden zijn verworpen, mede omdat het hof oordeelde dat de getuige consistent en samenhangend verklaarde en dat de geestestoestand die later werd vastgesteld pas tijdens detentie was opgetreden.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde daarmee het arrest van het hof dat de veroordeling tot dertien jaar gevangenisstraf voor moord handhaafde.
Uitkomst: Cassatieberoep verworpen; veroordeling tot dertien jaar gevangenisstraf bevestigd.