ECLI:NL:PHR:2006:AX6423
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling ambtenaar voor valsheid in geschrift met oogmerk gebruik vals geschrift
In deze zaak is verdachte, een ambtenaar bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst, veroordeeld wegens meerdere feiten van valsheid in geschrift gepleegd met misbruik van zijn ambtelijke positie. Het hof stelde vast dat verdachte onder meer een conceptminuut valselijk heeft opgemaakt door onjuiste feiten te vermelden over de relatie van betrokkene, met het oogmerk dit geschrift als echt te gebruiken.
De bewijsmiddelen bestonden uit politieproces-verbalen, verklaringen van getuigen en collega’s, en een rapportage van een onderzoekscommissie die concludeerde dat de beslissing van verdachte in strijd was met de geldende regelgeving. Verdachte had de aanvraag van een verblijfsvergunning onterecht gegrond verklaard ondanks het ontbreken van feitelijke samenwoning.
De Hoge Raad bevestigt dat het vereiste oogmerk van artikel 225 Sr Pro ziet op het gebruik van het geschrift als echt en onvervalst, en niet op het valselijk opmaken zelf. Het hof heeft dit oogmerk terecht aangenomen op basis van de verklaringen en het dossier. Verdachte had het oogmerk het vals gemaakte geschrift te gebruiken of door anderen te laten gebruiken.
De Hoge Raad verwierp alle cassatiemiddelen, waaronder bezwaren tegen het bewijs van medeplegen, de afwijzing van getuigenverhoor en de strafmotivering. De veroordeling tot 24 maanden gevangenisstraf, waarvan 8 voorwaardelijk, en ontzetting uit ambt voor 5 jaar blijft in stand.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 24 maanden gevangenisstraf, waarvan 8 voorwaardelijk, en ontzetting uit ambt voor 5 jaar wegens valsheid in geschrift met oogmerk gebruik vals geschrift.