ECLI:NL:PHR:2006:AX6290
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling hypotheekrenteaftrek grensambtenaar woonachtig in België in het licht van EG-Verdragsvrijheden
De zaak betreft een Nederlandse grensambtenaar die in België woont en hypotheekrente wil aftrekken van zijn Nederlandse ambtenarensalaris. De vraag is of dit in overeenstemming is met de vrijheid van werknemersverkeer en kapitaalverkeer binnen de Europese Gemeenschap. De Hoge Raad verwijst naar het arrest Ritter-Coulais van het Hof van Justitie, waarin werd geoordeeld dat negatieve inkomsten uit verhuur van een woning in een andere lidstaat niet bij de bepaling van het belastingtarief in de werkstaat mogen worden betrokken.
De conclusie benadrukt dat de situatie van de belanghebbende niet gelijk is aan die van de Ritters, omdat hij niet over dubbele nationaliteit beschikt en er geen sprake is van grensoverschrijdende economische activiteit. Ook wordt verwezen naar het arrest Marks & Spencer II, waarin het fiscale territorialiteitsbeginsel werd bevestigd, maar waarbij verliesverrekening over lidstaten heen onder strikte voorwaarden kan plaatsvinden.
De conclusie stelt dat verschillen in belastingwetgeving tussen lidstaten (dispariteiten) niet kunnen worden weggenomen door toepassing van EG-Verdragsvrijheden. In België is hypotheekrenteaftrek beperkt tot inkomen uit onroerend goed en kan niet ten laste van arbeidsinkomen worden gebracht, in tegenstelling tot Nederland. Hierdoor is Nederland niet verplicht de hypotheekrenteaftrek toe te staan voor de belanghebbende.
Hoewel prejudiciële vragen over de toepassing van het EG-Verdrag aan de orde kunnen zijn, acht de conclusie het beroep ongegrond omdat er geen sprake is van discriminatie of eenzijdige belemmering, maar van een dispariteit die niet door het EG-recht kan worden bestreden.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat Nederland niet verplicht is hypotheekrenteaftrek toe te staan voor een grensambtenaar woonachtig in België.