ECLI:NL:PHR:2006:AX6279
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt verwerping alibiverweer en handhaaft veroordeling ondanks bezwaren tegen bewijsvoering
Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba veroordeelde verdachte tot zeven jaar gevangenisstraf voor medeplegen van poging tot diefstal met geweld, diefstal met geweld, overtreding van de Vuurwapenverordening en handelen in strijd met de Opiumlandsverordening. Verdachte stelde in cassatie dat zijn alibi, ondersteund door verklaringen van zijn moeder en zus in eerste aanleg, ten onrechte door het hof was verworpen. Daarnaast voerde hij aan dat de herkenning bij een fotoconfrontatie onbetrouwbaar was en dat de bewijsvergaring onrechtmatig was.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof voldoende gemotiveerd had waarom het geen geloof hechtte aan de verklaringen van moeder en zus, zonder deze getuigen opnieuw te horen. Het hof had het alibi op grond van die verklaringen niet als sluitend beschouwd. De klacht dat het hof niet had gereageerd op het verweer over de fotoconfrontatie faalde omdat dit verweer in hoger beroep niet expliciet was ingebracht. Ook was er geen sprake van onrechtmatige bewijsvergaring, aangezien publicatie van foto's in kranten niet aan de politie kon worden toegerekend.
Hoewel de Hoge Raad ambtshalve een vergelijking maakte met de EHRM-zaak Destrehem, waarbij het niet horen van getuigen in hoger beroep leidde tot schending van het eerlijk proces, zag hij in deze zaak geen aanleiding tot ingrijpen. De vrijspraak in eerste aanleg was niet overwegend gebaseerd op de verklaringen van moeder en zus en er was geen verzoek tot hun oproeping in hoger beroep gedaan. Het cassatieberoep werd daarom verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en handhaafde de veroordeling tot zeven jaar gevangenisstraf.