ECLI:NL:PHR:2006:AX5765
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling journalist wegens smaad in artikel over Alanya-zaak ondanks beroep op persvrijheid
Een journalist publiceerde in het weekblad Dünya een artikel getiteld "Nederland moet de hand in eigen boezem steken" waarin hij geruchten over het gedrag van Nederlandse slachtoffers in de Alanya-zaak presenteerde als feiten. Deze uitlatingen waren grievend en onthutsend voor de slachtoffers en hun naasten.
Het hof oordeelde dat de beperking van de vrijheid van meningsuiting van de journalist noodzakelijk was ter bescherming van de goede naam en rechten van de slachtoffers. Het hof maakte een zorgvuldige belangenafweging tussen het publieke debat en de bescherming van de slachtoffers, en concludeerde dat de beledigende passages niet noodzakelijk waren voor het publieke debat. De journalist had de geruchten niet geverifieerd en gaf toe een verkeerd beeld te hebben geschetst.
De Hoge Raad verwierp het cassatiemiddel dat stelde dat het hof een verkeerde maatstaf had toegepast bij de toetsing aan artikel 10 EVRM Pro. De Hoge Raad bevestigde dat het hof de juiste belangenafweging had gemaakt en de maatstaven van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens correct had toegepast. De opgelegde straf was niet disproportioneel en de veroordeling bleef in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling van de journalist voor smaad met een geldboete van €500,- en schadevergoedingsmaatregelen.